Apotheek St. Andreas

Kloosterstraat 18 5941 ET Velden Tel:077 4723145

Medische Encyclopedie

Inhoud

flupentixol

Flupentixol behoort tot de klassieke antipsychotica. Het vermindert in de hersenen vooral het effect van dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder. 

Artsen schrijven het voor bij psychose en manie.

Wat doet flupentixol en waarbij gebruik ik het?

Psychose

Klachten
Bij een psychose ziet iemand zichzelf en de wereld om zich heen anders dan hoe dit eigenlijk is. Dit worden wanen en hallucinaties genoemd. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn in de war. Een psychose kan voor de patiënt en de omgeving erg beangstigend zijn.

Oorzaken
Psychosen kunnen in verschillende situaties optreden. Bijvoorbeeld bij schizofrenie, depressiviteit, tijdens een manie bij manische depressiviteit. Verder bij dementie, alcoholontwenning, extreme angst of bij vergiftigingen zoals van alcohol, drugs en sommige medicijnen. Het heet in de laatste gevallen ook vaak een delirium. Een delirium duurt veel minder lang dan een psychose.

Werking
Flupentixol zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder. Het kan 2 tot 3 weken duren voordat u het volle effect van de tabletten merkt.

Lees meer over psychose . “

Manie

Klachten
Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden. En ondernemen activiteiten waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van wanen (u gelooft of denkt dingen die niet kloppen) en hallucinaties (u ziet, voelt of hoort dingen die er niet zijn).

Meestal treedt een manie op bij iemand die lijdt aan manische depressiviteit. Bij deze ziekte wisselen ernstig depressieve periodes zich af met manische periodes.
Soms komen ze min of meer tegelijk voor en heeft iemand tijdens de manische periode ook depressieve gevoelens.

Behandeling
Bij een manie schrijven artsen lithium of valproïnezuur voor, of een antipsychoticum, zoals flupentixol. Soms worden ze gecombineerd.

Werking
Het kan 2 tot 3 weken duren voordat u het volle effect van de tabletten merkt.

Lees meer over manie . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Suf of slaperig zijn en een verminderd reactievermogen. 

    De paar weken hebben de meeste mensen hier last van. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij u moet opletten, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of op uw werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten als u net begint met de behandeling. U moet dan nog aan het medicijn wennen. Kijk daarna hoe u op het medicijn reageert.

  • Bewegingsstoornissen. De bijwerkingen kunnen lijken op de klachten van de ziekte van Parkinson: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloos zijn en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze klachten uw arts. 

    • Mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerking. Overleg met uw arts voordat u dit medicijn gebruikt.
    • Als u dit medicijn langdurig gebruikt, kunt u zeer zelden een ander soort bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als u dit medicijn langdurig gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter. Waarschuw uw arts als u last krijgt van deze tics.
  • Droge mond

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Meer eetlust en zwaarder worden. Zeer zelden juist minder eetlust.

    Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

  • Slapeloos zijn

  • Somber gevoel, depressie of erger worden van een bestaande depressie.

  • Nerveus of opgewonden gevoel, zeer zelden agressief gedrag

  • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen. Zeer zelden moeilijker een erectie krijgen, een pijnlijke erectie of moeilijk kunnen klaarkomen.

  • Duizelig zijn en hoofdpijn

    Zeer zelden kunt u duizelig raken door een lage bloeddruk. Dan bent u vooral duizelig als u opstaat uit bijvoorbeeld uw bed of stoel. Duizeligheid door een lage bloeddruk gaat in het algemeen over als uw lichaam is gewend aan dit medicijn. Dit is meestal binnen een paar dagen tot weken. Bent u duizelig? Sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden? Overleg dan met uw arts.

  • Wazig zien

  • Hartkloppingen of snellere hartslag

    Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.

  • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.

  • Kwijlen, vooral tijdens de slaap.

    Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

  • Maagdarmklachten, zoals verstopping, overgeven, diarree, zuurbranden, een opgeblazen gevoel en moeite met slikken. Zeer zelden buikpijn, winderigheid en misselijk zijn.

  • Benauwd zijn. U heeft het gevoel dat u te weinig lucht krijgt. Raadpleeg uw arts als u hier last van krijgt.

  • Meer zweten.

    Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

  • Jeuk

  • Spierpijn, zeer zelden stijve spieren en pijnlijke gewrichten

  • Moeilijk kunnen plassen

    Neem contact op met uw arts als u dit merkt.

  • Zwak en vermoeid gevoel

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Verward zijn, problemen met uw aandacht of geheugen

  • Huiduitslag. Dit kan wijzen op overgevoeligheid (zie hieronder), maar dat hoeft niet. Uw huid kan ook gevoeliger worden voor UV-licht, bijvoorbeeld van de zon, zonnebank of UV-lamp. Dit kan jeuk, roodheid en ernstige verbranding geven.

    Krijgt u een ernstige huidreacties? Stop dan met dit medicijn en waarschuw uw arts.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dit aan huiduitslag, galbulten of jeuk. Raadpleeg dan uw arts.  

    Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan flauwvallen of een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Waarschuw in al deze gevallen direct een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst. 
    Bent u overgevoelig voor dit medicijn? Dan mag u het niet meer gebruiken. Geef dit daarom aan de apotheker door. Het apotheekteam let er dan op dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Epileptische aanvallen

  • Opvliegers

  • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen.

    Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het middel komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.

  • Vastzittende ogen. Uw ogen kunnen hierbij ‘op slot’ gaan en naar boven gericht gaan staan.

    Dit kan enkele minuten tot uren duren. Deze bijwerking kan beangstigend zijn, maar is niet schadelijk. Raadpleeg uw arts.

  • Geelzucht. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid.

    Waarschuw dan uw arts.

  • Borstvorming bij mannen en opzwellen van de melkklieren bij vrouwen. Ook kan er melk uit de borsten vloeien en kan de menstruatie ontregeld raken. 

  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). De klachten van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotseling kortademig zijn. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.

    Trombose vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. Neem bij klachten van trombose meteen contact op met uw arts.

  • Te weinig bloedplaatjes of witte bloedcellen in uw bloed. Hierdoor heeft u meer kans op bloedingen en ziektes.

    • Door te weinig bloedplaatjes heeft u meer kans op bloedingen. Waarschuw uw arts bij onverklaarbare blauwe plekken, rode puntjes op de huid, bloedneuzen of bij wondjes die te lang blijven bloeden.
    • Door te weinig witte bloedcellen kunt u sneller ziek worden. U kunt last krijgen van keelpijn, koorts en kleine wondjes in de mond. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
  • Te veel suiker (glucose) in het bloed

    U merkt dat doordat u meer dorst heeft, veel moet drinken en plassen en zich moe voelt. Waarschuw dan uw arts.

  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten.

    Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik flupentixol gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en flupentixol verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Misschien kan uw arts een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
    Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties. Of als de klachten van de ziekte van Parkinson verergeren.

 

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Wilt u weten of u met dit medicijn mag autorijden? Beantwoord dan de vragen in het schema hieronder.

Let op: ook psychoses, schizofrenie of manie kunnen een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Voor meer algemene informatie kunt u het thema ‘Medicijnen in het verkeer’ lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

alcohol drinken?
Drink liever geen alcohol als u dit medicijn gebruikt. Alcohol maakt u nog suffer als u dit medicijn gebruikt. 

alles eten?
U mag eten zoals u normaal doet.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Meld het aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen. Maar het niet behandelen van uw ziekte kan ook schadelijk zijn voor u en voor de baby. Een psychose tijdens een zwangerschap geeft meer risico’s voor u en voor de baby dan het gebruik van dit medicijn. Overleg daarom met uw arts over de voor- en nadelen.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. Dit medicijn komt in de moedermelk en kan bijwerkingen geven bij uw baby. Dit merkt u doordat uw baby suf wordt, minder goed drinkt en bewegingsstoornissen kan krijgen. Krijgt uw baby deze klachten? Neem dan contact op met uw arts. U kunt ook overwegen om kunstvoeding te geven.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de goede dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe?

  • Tabletten: slikken met een half glas water.
  • Injecties: u krijgt de injectie van uw arts of verpleegkundige in de bilspier. 

Wanneer? 

  • Tabletten: U gebruikt het vaak 3 keer per dag. Bij plotselinge klachten kan dit 1 tot 4 keer per dag zijn.
  • Injectie: U krijgt de injectie vaak elke 2 tot 4 weken. Zo nodig kan de tijd tussen de injecties korter zijn. 

Hoelang?

Schizofrenie
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op om een nieuwe psychose (terugval) te groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

  • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken. Daarna kunt u proberen te stoppen. Alleen in speciale gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
  • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

Manie
Als de ergste onrustige klachten zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van flupentixol langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met flupentixol, om een nieuwe manie te voorkomen.

Terug naar overzicht